Zetelverdeling volgens het systeem D'Hondt
Om het systeem-D’Hondt duidelijk te maken vindt u hier een voorbeeld van een berekening van de zetelverdeling in een fictieve kieskring.
Stap 1:
In een kieskring zijn 11 zetels te behalen.
5 lijsten hebben aan de verkiezingen deelgenomen.
In totaal werden er 130.000 geldige stembiljetten in de stembus gestopt.
Stap 2: het aantal geldige stembiljetten waarop er een stem voor een partij of voor (een) kandida(a)t(en) van die partij is uitgebracht, worden geteld.
Voor lijst 1 hebben 54.000 kiezers een geldig stembiljet in de stembus gestopt (met een lijststem of meerdere voorkeurstemmen). Er zijn dus 54.000 stembiljetten voor lijst 1.
Voor lijst 2 zijn er 40.000 geldige stembiljetten.
Voor lijst 3 zijn er 21.000 geldige stembiljetten.
Voor lijst 4 zijn er 9.800 geldige stembiljetten.
Voor lijst 5 zijn er 5.200 geldige stembiljetten.
Stap 3: de berekeningswijze van het systeem-D’Hondt
Men deelt het totaal aantal stembiljetten voor elke lijst door achtereenvolgens de noemer 1 – 2 – 3 – 4 – 5 –6- enzovoort. Het resultaat van die delingen zijn quotiënten:
| Lijstnummer |
1 | 2 |
3 |
4 |
5 |
|
| Geldige stembiljetten | 54.000 | 40.000 | 21.000 | 9.800 | 5.200 | |
| Quotiënten | :1 | 54.000 | 40.000 | 21.000 | 9.800 | 5.200 |
| :2 | 27.000 | 20.000 | 10.500 | 4.900 | ||
| :3 | 18.000 | 13.333 | 7.000 | |||
| :4 | 13.500 | 10.000 | ||||
| :5 | 10.800 | 8.000 | ||||
| :6 | 9.000 | 6.666 | ||||
| :7 | 7.714 | |||||
Stap 4: de verdeling van de zetels
Je zet nu alle quotiënten in volgorde van groot naar klein, en verdeelt dan de zetels tot er geen meer over zijn (in dit voorbeeld zijn er 11 zetels). Je krijgt nu de volgende reeks:
Quotiënt te verdelen zetels Lijstnummer
| 54.000 | Zetel 1 | gaat naar lijst 1 |
| 40.000 | Zetel 2 | gaat naar lijst 2 |
| 27.000 | Zetel 3 | gaat naar lijst 1 |
| 21.000 | Zetel 4 | gaat naar lijst 3 |
| 20.000 | Zetel 5 | gaat naar lijst 2 |
| 18.000 | Zetel 6 |
gaat naar lijst 1 |
| 13.500 | Zetel 7 |
gaat naar lijst 1 |
| 13.333 | Zetel 8 | gaat naar lijst 2 |
| 10.800 | Zetel 9 |
gaat naar lijst 1 |
| 10.500 | Zetel10 | gaat naar lijst 3 |
| 10.000 | Zetel 11 |
gaat naar lijst 2 |
| 9.800 | Geen zetel |
Het laatste quotiënt dat recht geeft op een zetel (in dit voorbeeld dus 10.000) wordt de kiesdeler genoemd.
Een kiesdeler is dus een getal dat aangeeft hoeveel stemmen je moet hebben voor één zetel.
Nu zijn alle zetels verdeeld.
Resultaat van de berekening:
Lijst 1 5 zetels
Lijst 2 4 zetels
Lijst 3 2 zetels
De lijsten 4 en 5 hadden niet genoeg stemmen om aan de kiesdeler te komen en hebben dus geen zetel behaald.
In dit voorbeeld had je dus 10.000 stemmen nodig op een totaal van 130.000 geldige stembiljetten. Dat wil dus zeggen dat je 7,69% van de stemmen moest hebben om een zetel te behalen.

