Start leraren > dossierkast > verkiezingen
lesgeefster & Flosj boven een boek
 
foto's van het parlement in al zijn facetten
 

Verkiezingen

In 2014 worden er verkiezingen georganiseerd voor de gewest- en gemeenschapsparlementen, voor het federale parlement en voor het Europese parlement. 

De gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2012 zijn achter de rug. Vanaf januari 2013 krijgt uw gemeente een nieuw bestuur.

Waarom zijn er verkiezingen?

In het oude Athene werd door lottrekking bepaald wie zou gaan besturen. Elke Atheense burger (niet de vrouwen, de slaven en de niet-Atheners) had dus evenveel kans om geselecteerd te worden. In ons democratisch systeem wijzen we onze politici en bestuurders aan door verkiezingen. Verkiezingen zijn met andere woorden een methode om te selecteren wie een rol zal spelen bij het besturen van de samenleving. We organiseren verkiezingen omdat we het belangrijk vinden dat we legitieme afgevaardigden aanwijzen die in onze naam zullen spreken, handelen, wetten zullen maken en opleggen. Door de afgevaardigden te verkiezen, geven we hun de toestemming om dwingende regels te maken.  

Over democratie en verkiezingen leven verschillende ideeën, maar dat neemt niet weg dat verkiezingen steeds een belangrijk politiek moment vormen. Drukkingsgroepen kunnen heel machtig zijn en lobby's bijzonder invloedrijk, maar in een democratie blijft de basis van elke politiek hoe dan ook de meerderheid in het parlement. Regeringen die geen verkozen meerderheid achter zich hebben staan, hebben geen democratische legitimering.

Naar boven

Wie mag kiezen?

Foto rij aan stembureau

Wie mag stemmen of kiezen beschikt over het actief stemrecht.

Sinds 1830 is het kiesrecht sterk geëvolueerd.

Het cijnskiesrecht.

De allereerste verkiezingen waren die voor het Nationaal Congres. Om te mogen kiezen voor het parlement en de provincie moest men man zijn, 25 jaar oud en een zeker bedrag aan belastingen betalen (cijns), dat afhankelijk was van de verblijfplaats. Er waren ook capaciteitskiezers, die omwille van hun functie of diploma mochten gaan stemmen. De minimumleeftijd voor gemeenteraadskiezers was 21 jaar.

Een eerste uitbreiding van het kiezerscorps kwam er in 1848. Toen werd de cijns overal verlaagd tot het grondwettelijke minimum. In 1871 werd nog een cijnsverlaging doorgevoerd, maar alleen voor de provincie- en gemeenteraadsverkiezingen.

Algemeen meervoudig stemrecht voor mannen.

In 1893 werd het "algemeen meervoudig stemrecht" ingevoerd: alle Belgische mannen, ouder dan 25 jaar, waren stemgerechtigd. Men kon echter maximum twee extra stemmen verwerven:

  • als capaciteitskiezer 
  • als gezinshoofd boven de 35 jaar, die minstens 5F belasting op de woonst betaalde 
  • indien men een spaarboekje met minstens 2000F bezat of een lijfrente van 100F kon opstrijken.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen werd nog een vierde stem toegekend aan huisvaders die een bepaalde cijns betaalden of een kadastraal inkomen hadden van 150F. Bovendien was de minimumleeftijd voor de gemeenteraadsverkiezingen dertig jaar. Voor de provincie werd eenzelfde leeftijdsgrens ingesteld. De nieuwe kieswet ten slotte verplichtte de kiezers om te gaan stemmen. Deze opkomstplicht werd tot heden gehandhaafd.

Algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen. En voor vrouwen.

In 1921 werd het "algemeen enkelvoudig stemrecht" in de grondwet ingeschreven d.w.z. één man, één stem. In feite werd het al toegepast in de parlementsverkiezingen van 1919. De leeftijd voor de parlementsverkiezingen werd verlaagd tot 21 jaar.

In 1921 mochten ook vrouwen voor het eerste gaan stemmen voor de gemeenteraad. Pas in 1948 konden de vrouwen ook aan de provincie- en parlementsverkiezingen meedoen. 

Betoging voor vrouwenstemrecht foto:AMSAB

 

In 1969 werd de leeftijdsgrens voor de gemeenteraadsverkiezingen verlaagd tot 18 jaar, vanaf 1981 geldt dit ook voor de parlementsverkiezingen. In 1994 mochten burgers van de Europese Unie deelnemen aan de toenmalige Europese verkiezingen.In 2000 mochten zij ook voor de gemeenteraad kiezen.

Wie mag er vandaag kiezen?

In België bezit men stemrecht of kiesrecht voor de parlementsverkiezingen als men:
- de Belgische nationaliteit bezit. De niet-Belgen uit de EU kunnen sinds 1994 aan de verkiezingen voor het Europees Parlement deelnemen;
- 18 jaar is op de dag van de verkiezingen;
- ingeschreven is in het bevolkingsregister van een gemeente van het kiesgebied;
- niet uitgesloten is wegens criminele feiten, of onbekwaam is verklaard.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen kunnen mensen die niet de Belgische nationaliteit bezitten, onder bepaalde voorwaarden ook stemmen:
- Niet-Belgen uit de EU kunnen aan de gemeenteraadsverkiezingen deelnemen. Ze moeten zich daarvoor laten inschrijven op de kiezerslijst bij de gemeente waar ze wonen. De gemeenten moeten de fomulieren met een aanvraag tot inschrijving op de kiezerslijst ter beschikking stellen. Zij moeten ook die inschrijvingen regelen.
- Niet-Belgen van buiten de EU kunnen sinds 2006 deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezingen, op voorwaarde dat ze ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister van de gemeente waar ze hun aanvraag ingediend hebben. Zij moeten vijf jaar ononderbroken wettelijk verblijven in België. Dat kan aangetoond worden met verschillende formulieren (bv. verblijfsdocumenten). Ten slotte moet de niet-EU-burger bij de aanvraag een verklaring afleggen “waarin hij zich ertoe verbindt de Grondwet, de wetten van het Belgische volk en het Verdrag tot Bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden na te leven”. Verder gelden uiteraard de voorwaarden voor stemrecht zoals voor Belgen. De verantwoordelijkheid om niet-EU-burgers informatie te geven over hoe ze zich kunnen inschrijven, ligt bij de gemeenten. Zij moeten dat via affiches of een ander middel bekendmaken.

Naar boven

Kandidatenlijsten

Ten laatste vijf weken voor de verkiezingsdag moeten de partijen die deelnemen aan de verkiezingen hun kandidatenlijsten per kieskring hebben ingediend. Op elke lijst mogen maar net zoveel kandidaten (of minder) staan als er zetels te verdelen zijn. Elke lijst moet ook nog eens vergezeld gaan van een lijst met kandidaat-opvolgers. Die nemen de plaats in van een verkozene als die ontslag zou nemen of zou overlijden. Ook als een verkozene minister wordt, neemt de opvolger zijn of haar plaats in het parlement in.

De volgorde van de kandidaten op de lijst bepaalt in grote mate hun verkiesbaarheid. Dat komt omdat de kiezer zowel voor de lijst in haar geheel mag kiezen als voor een kandidaat afzonderlijk. In het eerste geval brengt hij een lijststem of kopstem uit. In het tweede geval spreekt men van een naamstem of voorkeurstem. Voorkeurstem én lijststem mag ook.

Doordat ongeveer de helft van de kiezers een voorkeurstem uitbrengt en die bovendien meestal uitbrengt op de eerstgeplaatsten op de lijst, maken zij dan ook de meeste kans om verkozen te worden. Dat betekent meteen ook dat het grotendeels de politieke partijen zijn die bepalen wie wordt verkozen omdat zij de lijsten opstellen. Logischerwijze staan de bekendste en populairste kandidaten vooraan op de lijst. Precies omdat ze populair of bekend zijn, krijgen ze de meeste voorkeurstemmen. Het gevolg is dat de combinatie van een goede plaats op de lijst en een groot aantal voorkeurstemmen de kans om verkozen te worden nog groter maakt.

De laatste plaats op een lijst is die van de lijstduwer. Traditioneel beschouwt men de plaats van lijstduwer als een soort ereplaats.

Naar boven

Kiesstelsels

Net zoals democratie in vele gedaanten voorkomt, verloopt ook de stembusgang in de democratische landen op verschillende manieren. Er bestaan heel wat kiesstelsels die elk op hun manier gestalte geven aan de democratie. Een kiesstelsel is geen vrijblijvend gegeven maar heeft een grote invloed op het democratisch functioneren, de samenstelling van het parlement en het politieke systeem in het algemeen.

In ons land hebben we het evenredigheidsstelsel. Dat betekent dat alle partijen verkozenen krijgen in verhouding tot het aantal stemmen dat ze hebben behaald. Kleine partijen krijgen daardoor een redelijke kans om verkozenen te hebben. Dat evenredigheidssysteem wordt echter ietwat afgezwakt ten voordele van de grote partijen.

Bovendien voerde de wet in 2003 een kiesdrempel van vijf percent in. De zetels worden uitsluitend verdeeld onder de lijsten die in hun kieskring vijf percent van de geldig uitgebrachte stemmen behaald hebben. Bedoeling is een versplintering van het politieke landschap tegen te gaan.

Voor de verkiezingen van de verschillende parlementen wordt het grondgebied ingedeeld in kieskringen. In elke kieskring zijn er een aantal zetels te verdelen, in principe volgens het aantal inwoners hoewel die verdeling niet zuiver mathematisch is. Voorts steunt die verdeling op het inwonersaantal en niet op het aantal stemgerechtigden. Daardoor hebben kieskringen met veel inwoners die geen Belg zijn relatief meer zetels dan kieskringen met weinig niet-Belgen. Dat is zeker zo voor Brussel.

Voor het Vlaams Parlement is Vlaanderen opgedeeld in vijf Vlaamse provinciale kieskringen en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (zesde kieskring). Er zijn 118 zetels te verdelen in de vijf Vlaamse kieskringen en zes zetels in de zesde kieskring. 

Naar boven

Geldig stemmen

Foto kiesbrief in stembus

Om geldig te stemmen moet de kiezer met het rode potlood dat zich in het stemhokje bevindt de nodige bolletjes inkleuren, of met de stemcomputer zijn stem uitbrengen.

Geldig stemmen kan als volgt:

1. Bovenaan een lijst. Dat is dan een lijststem of kopstem. De kiezer geeft daarmee te kennen dat hij voor die lijst stemt en dat hij akkoord gaat met de volgorde van de kandidaten op die lijst. Een lijststem op twee verschillende lijsten uitbrengen, is ongeldig.

2. Bij de naam van één of meerdere kandidaten en/of plaatsvervangers van dezelfde lijst. Dat is een voorkeurstem of naamstem. Om geldig te stemmen moet men in elk geval binnen één lijst blijven.

Wie op zijn stembrief schrijft of er iets op aanbrengt, heeft zijn stem ongeldig gemaakt. Wie een niet-ingevulde stembrief in de urn stopt, stemt blanco. Met de computer kun je niet ongeldig stemmen, wel blanco. Een blanco stem is niet ongeldig, maar ze telt niet mee. Blanco en ongeldige stemmen tellen niet mee bij de zetelverdeling.

In België bestaat de opkomstplicht. Wie ziek is, in het buitenland verblijft op de dag van de verkiezingen of dan moet werken, kan bij volmacht stemmen.

Hoe stemmen met de nieuwe stemcomputers? Kijk hier naar het filmpje http://www.vlaanderenkiest.be/digitaal-stemmen-doe-je-zo-film   

Naar boven

Stemrecht en opkomstplicht

In België bestaat de opkomstplicht sinds 1893. Het werd samen met het meervoudig algemeen stemrecht ingevoerd. Opkomstplicht betekent dat iedere stemgerechtigde burger zich op de dag van de verkiezingen in een stembureau moet aanmelden.

Over de opkomstplicht bestaat er discussie. De verschillende politieke partijen hebben over stemrecht of opkomstplicht een uiteenlopende mening. Hier vindt u enkele gegevens uit onderzoek en een overzicht van de belangrijkste argumenten voor het behoud en voor de afschaffing van de opkomstplicht.  

Naar boven

 Zetelverdeling

Tot 1899 gold voor de zetelverdeling het meerderheidsstelsel, waarbij per kieskring de kandidaten met de meeste stemmen die ook de absolute meerderheid hadden, verkozen werden.

In 1899 werd het evenredigheidsstelsel (systeem-D'Hondt) ingevoerd. Dat houdt in dat de zetels over de partijen worden verdeeld in verhouding tot de behaalde resultaten. De zetelverdeling geeft aan hoeveel zetels iedere partij krijgt in het parlement. Het systeem-D’Hondt wordt toegepast voor de federale, de Vlaamse en de Europese verkiezingen.

Sinds 13 juni 2004 wordt het systeem D’Hondt gecombineerd met een kiesdrempel van 5 percent in elke provinciale kieskring. Dat wil dus zeggen dat een partij minstens 5 percent van de geldige stemmen moet behalen om te kunnen meedingen naar een zetel.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen wordt de berekeningwijze 'Imperiali' toegepast. In vergelijking met het systeem D'hondt worden grotere partijen hier nog iets meer bevoordeligd.

Naar boven

Wie zetelt?

Als de stemmen zijn geteld en de zetels verdeeld, moet nog nagegaan worden welke kandidaten de zetels mogen innemen. In principe krijgen de kandidaten met de meeste stemmen de zetels. Maar heel wat kiezers geven enkel een lijststem, waarmee ze aangeven dat ze akkoord gaan met de volgorde van de lijst. Deze stemmen worden natuurlijk ook meegerekend om te bepalen wie er echt verkozen werd. Wanneer men én een lijststem én een of meerdere voorkeurstemmen heeft uitgebracht, vervalt de lijststem.                   

Naar boven

Regeringsvorming

Na de verkiezingen worden de zetels in het parlement verdeeld, volgens de verkiezingsuitslag. In ons systeem haalt één partij (bijna) nooit de meerderheid van alle zetels. Er is dus niet één partij die alleen kan regeren.
Daarom zal de partij of het kartel met het meest aantal zetels proberen om een coalitie te vormen met andere partijen. De coalitie moet een meerderheid van de zetels in het parlement hebben zodat de toekomstige regering er zeker van is dat haar initiatieven zullen gesteund worden door het parlement.

Bij de onderhandelingen voor het vormen van een regering probeert elke partij haar programma zoveel mogelijk door te drukken. Omdat de verschillende partijen verschillende programma’s hebben, zullen ze allemaal een beetje water bij de wijn moeten doen om tot een compromis te komen waar iedereen zich kan in terugvinden.
Wat ook in de weegschaal ligt bij de onderhandelingen zijn de ministerportefeuilles en de functie van parlementsvoorzitter. Wie wordt premier of minister-president, wie krijgt welke bevoegdheden onder zijn verantwoordelijkheid, wie wordt voorzitter van het parlement? Het wordt allemaal tegenover elkaar afgewogen om uiteindelijk een compromis te vinden. Dat compromis vormt het regeerakkoord. Het regeerakkoord is de basis voor het bestuur tot aan de volgende verkiezingen. 

Het regeerakkoord van de huidige Vlaamse Regering kunt hier u downloaden.   

Naar boven

Draaiboek verkiezingen

Organiseer met je klas zelf verkiezingen en gebruik daarvoor dit draaiboek. Zelf ervaren hoe het werkt, beklijft immers het meest. 

 Naar boven