Feiten en meningen over opkomstplicht en stemrecht
Enkele onderzoeksgegevens over kiezers, stemrecht en opkomstplicht
- In België komt ongeveer 91 procent van de ingeschreven kiezers stemmen.
- In democratieën met stemrecht komt de helft tot drie kwart van de kiezers stemmen.
- In de landen van de EU is er alleen in België, Cyprus, Luxemburg en Griekenland opkomstplicht.
- In landen met opkomstplicht is er rond de 7 procent ongeldige stemmen. In landen met stemrecht is er rond de 1 procent of minder ongeldige stemmen.
- Het percentage van ongeldige en blanco stemmen blijkt in ons land vrij stabiel te blijven : een klein half miljoen. Het aantal kiesgerechtigden dat niet komt opdagen bedraagt ook ongeveer een half miljoen. In 1995 was dat samen 15,6 procent en in 2004 ongeveer 16 procent van de kiesgerechtigden. (In 2004 : 6.489.991 geldige stemmen op 7.552.240 kiesbrieven).
- In landen met stemrecht schommelt de deelneming van de kiezers naargelang van hun betrokkenheid. Ze maken vooral gebruik van hun stemrecht als ze het gevoel hebben dat hun stem daadwerkelijk gewicht in de schaal legt of als het om belangrijke kwesties gaat. Zo ligt de opkomst bij de Europese verkiezingen traditioneel heel laag, zeker in vergelijking met de nationale parlementsverkiezingen. Toen de Denen echter bij referendum geraadpleegd werden over het Verdrag van Maastricht en de invoering van de euro, was de opkomst zeer hoog. Ook bij een referendum in Frankrijk over de Europese Grondwet in 2005 was er een bijzonder hoge opkomst van 70 procent.
- Uit onderzoek weet men dat 28 procent tot 30 procent van de kiezers in België nooit meer zou gaan stemmen indien de opkomstplicht zou worden afgeschaft.
- De thuisblijvers zijn vooral lager geschoolden. Bijna de helft van de lager geschoolde mannen en vrouwen zou nooit gaan stemmen. Bij de hoger geschoolden is dat maar één op tien die nooit zou gaan stemmen.
- De thuisblijvers zijn ook vooral kiezers met weinig politieke kennis en belangstelling en met een wantrouwen tegenover de politiek.
- Afschaffing van de opkomstplicht zou weinig veranderen aan de machtsverhoudingen tussen de partijen. De verschillende partijen zouden ongeveer even sterk blijven ten opzichte van elkaar. Elke partij heeft kiezers in zowat alle lagen van de bevolking, elke partij maakt ongeveer evenveel kans om kiezers te verliezen bij de afschaffing van de opkomstplicht.
(Bron: Opkomstplicht of vrijheid om al of niet te gaan stemmen? Jaak Billiet, ISPO-Bulletin 2001/44)
Verschillende meningen over stemrecht en opkomstplicht
Wie voor het behoud van de opkomstplicht pleit, gebruikt vaak volgende argumenten:
- Deelnemen aan verkiezingen is een burgerplicht. Burgers hebben niet alleen rechten maar ook plichten (zoals belastingen betalen, de wet naleven, en ook deelnemen aan verkiezingen).
- Een parlement dat maar verkozen wordt door een beperkt aantal kiezers is niet democratisch. Dat parlement vertegenwoordigt niet meer de hele bevolking.
- Door de opkomstplicht zijn de politici verplicht met alle bevolkingsgroepen rekening te houden.
- Door de opkomstplicht weten we wat er leeft bij de bevolking.
- Opkomstplicht is niet hetzelfde als stemplicht, je kunt immers nog altijd een blanco stem uitbrengen in het stemhokje. Opkomstplicht beperkt de vrijheid van de burger dus niet.
- De opkomstplicht afschaffen zou weinig veranderen aan de machtsverhoudingen tussen de partijen.
- De opkomstplicht afschaffen zou betekenen dat vooral laaggeschoolden en vrouwen minder vertegenwoordigd zijn.
Wie voor de afschaffing van de opkomstplicht pleit, gebruikt vaak volgende argumenten:
- De opkomstplicht beperkt onze vrijheden. We hebben als burger niet meer het recht om ons afzijdig te houden van verkiezingen.
- De opkomstplicht verdoezelt de politieke apathie van de burgers.
- Afschaffing van de opkomstplicht zou de partijen verplichten om de burgers veel meer te sensibiliseren voor hun programma.
- Afschaffing van de opkomstplicht zou meer beweging brengen in het beleid.
- Door afschaffing van de opkomstplicht zouden alleen bewuste kiezers gaan stemmen en zouden mensen minder om domme redenen gaan stemmen of hun stem uitbrengen op scherts- of antipartijen.
- Er zal altijd een groep burgers bestaan die niet geïnteresseerd is in de politiek. Het is beter dat die mensen niet wegen op het verkiezingsresultaat.

