Een ingewikkeld land
In 1830 werd ons land georganiseerd als een unitaire staat, met één nationale overheid. Daarnaast hadden ook provincies en gemeenten een reeks bevoegdheden. Ons land kende dus van bij het begin een nationale, een provinciale en een gemeentelijke overheid.
Vanaf 1970 werd België omgevormd tot een federale staat met vijf bestuursniveaus: het federale niveau, het gemeenschaps- en gewestniveau, het provinciale niveau en het gemeentelijke niveau. Bovendien heeft de Europese eenmaking een zesde, supranationaal niveau toegevoegd.
Voor elk bestuursniveau verkiezen de burgers hun vertegenwoordigers en moeten er bestuurders worden aangeduid.
Federalisme: wat is dat?
In de wereld zijn er heel wat landen met een federale structuur. Federaties kunnen om uiteenlopende redenen tot stand komen.
Federaties kunnen een samenvoeging zijn van deelstaten, bijvoorbeeld om gemeenschappelijke defensieve, politieke of economische belangen na te streven. De Verenigde Staten van Amerika zijn daarvan een voorbeeld. De VS hebben federale instellingen zoals een president, een tweekamerparlement en een hooggerechtshof. De 50 staten spreken met één stem als het gaat over hun munt, de handel, de buitenlandse zaken en de defensie. Maar op tal van gebieden zoals sociale zekerheid, cultuur, en onderwijs beslissen de deelstaten.
Federaties kunnen ook ontstaan om meer autonomie te geven aan regio's in een staat. België, Spanje en het Verenigd Koninkrijk zijn daar een voorbeeld van met Vlamingen, Basken, Catalanen en Schotten die in meer of mindere mate streven naar autonomie.
De vraag naar meer autonomie komt vaak voort uit verschillen tussen regio's. Verschillende talen of religies binnen een staat of sociale en economische verschillen tussen regio's kunnen de vraag naar meer autonomie versterken. Zeker wanneer verschillende elementen samenvloeien, is de eis tot decentralisatie meestal het sterkst. Catalonië bijvoorbeeld, is niet alleen bij de socio-economisch best presterende Spaanse regio’s, maar een meerderheid van zijn bevolking spreekt eerder Catalaans dan Spaans als moedertaal.
Federalisme in België
Van 1830 tot 1970: de unitaire staat
Vanaf 1970: naar een federale staatsstructuur
Van 1830 tot 1970 : de unitaire staat
Van bij zijn ontstaan in 1830 tot 1970 kende België drie bestuursniveaus : het nationale bestuur, de provincie en de gemeente. Op nationaal niveau werd België bestuurd door één centrale regering en één parlement. België was toen een eenheidsstaat en had een unitaire structuur.
De taalwetten
Tussen 1873 en 1963 werden verschillende taalwetten goedgekeurd. Daarin werden de Franse, de Nederlandse en de Duitse taal als officiële talen van België erkend. Het gebruik van de talen werd geregeld, onder meer in het strafrecht, in het bestuur en in het onderwijs. In 1898 werd het Nederlands officieel als gelijkwaardig aan het Frans erkend. In 1931 kwam de eentaligheid voor Vlaanderen en Wallonië tot stand, met een bijzondere regeling voor Brussel.
De taalgebieden
In 1963 werden de taalwetten afgerond met het vastleggen van de taalgrens. België werd ingedeeld in 4 taalgebieden: Nederlands in Vlaanderen, Frans en Nederlands in Brussel-Hoofdstad, Frans in Wallonië en ten slotte Duits in de Oostkantons.
Vanaf 1970: naar een federale staatsstructuur
In 1970 kwam er een grondwetsherziening. Er werden drie cultuurgemeenschappen opgericht, met beperkte bevoegdheden inzake cultuur. Die hervorming was een antwoord op het streven van de Vlamingen naar culturele autonomie.
In 1970 werd ook de basis gelegd voor de oprichting van de drie gewesten. Ze kregen elk hun eigen grondgebied en ze moesten vooral actief zijn op economisch vlak. De gewesten zijn een antwoord op het streven van de Franstaligen - de Walen en de Franstalige Brusselaars - naar economische autonomie.
Vanaf 1970 werden in verschillende staatshervormingen bevoegdheden van het nationale niveau overgeheveld naar de gewesten en de gemeenschappen. Dat gebeurde telkens door de Grondwet te wijzigen. Op die manier evolueerde België van een unitaire naar een federale staat : een staat waarin de bevoegdheden zijn verdeeld tussen enerzijds de overheden van de deelstaten en anderzijds de federale of nationale overheid.
De gewesten en gemeenschappen kregen elk een zelfstandig overheidsbestuur om hun bevoegdheden uit te oefenen: een eigen parlement, een eigen regering en een eigen overheidsadministratie. Ze kregen ook een eigen budget en de mogelijkheid om verdragen af te sluiten met andere landen of gebieden over materies waarvoor ze bevoegd zijn.
België kent nu drie gemeenschappen:
de Vlaamse Gemeenschap,
de Franse Gemeenschap en
de Duitstalige Gemeenschap
en drie gewesten:
het Vlaamse Gewest,
het Waalse Gewest en
het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
De opeenvolgende federaliseringsrondes hebben België omgevormd van een unitaire staat met één parlement en één regering naar een federale staat met zes parlementen en zes regeringen. Had men in Vlaanderen gemeenschap en gewest niet samengevoegd, dan waren er nu zeven parlementen en zeven regeringen. In vergelijking met andere federale staten valt daarbij vooral de zelfstandigheid van de deelstaten op en het ruime pakket materies waarvoor ze bevoegd zijn. In veel federale staten hebben federale wetten bijvoorbeeld voorrang op die van de deelstaten. In ons land is dat niet het geval: de bevoegdheden zijn toegewezen aan de ene of de andere overheid, en die overheid treedt op als enige wetgever.
De Vlaamse bevoegdheden
Het pakket bevoegdheden waarin de Vlaamse overheid beslist, valt in twee grote delen uiteen : de gemeenschapsaangelegenheden en de gewestaangelegenheden. De lijst hieronder geeft die materies alleen in grote lijnen weer. De opsomming die bij iedere aangelegenheid volgt, is dus niet volledig.
1. De gemeenschapsaangelegenheden
De gemeenschapsaangelegenheden zijn onder te verdelen in vier categorieën:
Persoonsgebonden aangelegenheden (materies die betrekking hebben op personen)
Bijstand aan personen : jeugdbescherming, gezins-, welzijns-, bejaarden- en gehandicaptenbeleid, onthaal en integratie van inwijkelingen, sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale reïntegratie.
Gezondheidszorg : ondersteuning en kwaliteitsbewaking van de ziekenhuizen, preventieve gezondheidszorg en gezondheidsopvoeding, thuisverzorging, rustoorden, geestelijke gezondheidszorg. De federale overheid blijft bevoegd voor de ziekenhuiswetgeving, de geneesmiddelenwetgeving en de ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Culturele aangelegenheden
Jeugdbeleid, kunsten, cultureel erfgoed, musea, bibliotheken, radio en televisie, sport en openluchtrecreatie (bv. Bloso), toerisme.
Wetenschappelijk onderzoek : het wetenschappelijk onderzoek dat betrekking heeft op de materies die tot de bevoegdheid van de Vlaamse overheid behoren.
Taalwetgeving
Toezicht op het taalgebruik in bestuurszaken, onderwijs en sociale betrekkingen.
De federale overheid blijft bevoegd voor onder meer de taalwetgeving in Brussel, de taalgrensgemeenten en justitie.
Onderwijs
De federale overheid is alleen bevoegd voor de pensioenen van het onderwijzend personeel, het vastleggen van de leerplicht en de minimumvoorwaarden om een diploma te behalen. Alle overige onderwijsaangelegenheden behoren tot de bevoegdheid van Vlaanderen.
2. Gewestaangelegenheden
De gewestbevoegdheden slaan vooral op economische en plaatsgebonden materies.
Economie : allerhande overheidsinitiatieven, steun aan bedrijven, buitenlandse handel, exploitatie van de bodemrijkdommen.
Energie : distributie van elektriciteit en aardgas, bevordering van rationeel energiegebruik. De federale overheid blijft bevoegd over de kernenergie.
Gemeenten en provincies : administratief toezicht en financiering van de gemeenten en provincies.
Huisvesting : onder meer sociale woningbouw.
Land- en tuinbouw : het landbouwbeleid wordt in grote mate bepaald door de Europese Unie. De Vlaamse Regering voert vooral Europese richtlijnen uit.
Landinrichting en natuurbehoud : natuurbescherming, aanleg en beheer van groengebieden, enzovoort.
Leefmilieu : bescherming van het leefmilieu (geluidshinder, verontreiniging), afvalstoffenbeleid, toezicht op bedrijven.
Mobiliteit : onder meer het streekvervoer met de Lijn.
Openbare werken en verkeer : de gewestwegen, de grote infrastructuurwerken.
Ruimtelijke ordening : structuur- en uitvoeringsplannen, industriezones aanleggen, stadsvernieuwing, bescherming van monumenten en landschappen, bouwvergunningen.
Waterbeleid : drinkwater, waterzuivering, riolering.
Werkgelegenheid : onder meer arbeidsbemiddeling. De uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen is echter een federale materie.
Voor al die bevoegdheden kan de Vlaamse Regering internationale verdragen afsluiten met een buitenlandse partner. Een voorbeeld daarvan zijn de Waterverdragen (17 januari 1995) met Nederland over het beleid en beheer van de Schelde.

